DE  LOTGEVALLEN VAN VROUW RIBES...
VROUW RIBES EN DE STADSWACHT
Laatst maakte ik op zondag een autoritje met mijn neef. 
Heerlijk langs de Schieveenpolder en om het vliegveld heen. De mooiste vogels zie je dan, grutto’s, ooievaars, noem maar op. Dus wilde ik neef graag bedanken en nodigde hem uit voor een kopje koffie. “Helaas tante”, klonk het, “ik zou wel willen maar ik kan hier nergens parkeren. En als ik in de berm ga staan, heb ik zo een prent te pakken. Die stadswachten zijn heel actief.” Verbaasd vroeg ik: “Wat zeg je me nou, stadswacht actief, hier?”, waarop neef resoluut antwoordde: “Tante, het is gewoon een plaag. Overal staan ze op de loer, als je twee minuten je auto op de verkeerde plek zet omdat je niet anders kan, dan staan ze er al. En denk maar niet dat ermee te praten valt of dat je iets uit kunt leggen, ze praten niet eens met je!”

“Neef, dat klinkt heel bar”, zei ik, “je wilt toch niet echt beweren dat die lui ook op zondag werken?” Neef liet het er niet bij zitten. “Ik zal het laten zien”, zei hij en reed mij achtermekaar naar een Schiebroekse kerk. Die kerk staat op een plaats waar weinig parkeermogelijkheden zijn, zodat diverse kerkgangers hun auto maar in de berm hadden gezet. Op al die bermauto’s zag ik inderdaad de bekende briefjes zitten. “Wat een schandaal”, zei ik “om dat op zondag te doen en nog wel bij mensen die naar het Woord komen luisteren!” 
Op dat moment gingen de kerkdeuren open en kwamen de kerkgangers naar buiten. De eerste van hen die de bon op zijn auto ontdekte begon luidkeels zijn beklag te doen. Niet alleen aan het adres van de stadswacht, maar ook aan dat van het Opperwezen. “Ik moet mijn mening over die stadswacht herzien”, zei ik, “ze belemmeren helemaal niet dat er geluisterd wordt naar het Woord. Ze zorgen juist dat we het ook buiten de kerk kunnen horen!”
VROUW RIBES EN COMMUNICATIE 
Ik stond in de winkel om een nieuw strijkijzer te kopen toen mijn telefoon ging.  Het was mijn vroegere overbuurman, vorig jaar verhuisd en nu vol heimwee naar Schiebroek. “Nog wat veranderd in de deelgemeente?” vraagt hij. 
Ik vertel hem dat we sinds een paar maanden alleen nog maar mannen in het bestuur hebben en dat ik dat een gemis vind: “Mannen kunnen nu eenmaal niet multitasken hè, ze kunnen maar met een ding tegelijk bezig zijn.” 

Helaas, op dat moment wordt de verbinding verbroken en uit de verontwaardiging om me heen begrijp ik dat dat niet alleen mij overkomt: buurmans Blackberry stopt ermee. Thuisgekomen zet ik gauw de computer aan om verder te chatten – buurman heeft geen vaste telefoon -, maar de computer meldt dat hij eerst 25 updates moet installeren. 
Dan maar het strijkijzer proefwarmen, denk ik, dit duurt nog wel even. Dat moet volgens de gebruiksaanwijzing op maximumtemperatuur gebeuren. En dan, precies op het moment dat de computer eindelijk zover is, gaat gillend het brandalarm af. Het ijzer is dus ook warm, begrijp ik. Ik schakel het ijzer en het alarm uit, poot mezelf voor het scherm en zie dat buurman al wacht. 
“Waar bleef je nou!!!”, chat hij, want communicatiestoornissen liggen  natuurlijk nooit aan de techniek maar altijd aan de vrouw. 
“Sorry”, tik ik. “Combinatie van updates configureren, ijzers installeren en brandalarm.”
”Hoezo brandalarm”, vraagt hij, “heb je geen firewall op je computer?”
Ik zucht. Het is nu eenmaal zo, je kunt met mannen echt maar met één onderwerp tegelijk bezig zijn, anders krijg je een communicatiestoornis. 
Hoe moet dat met dat mannenbestuur?! DE FLUITKETEL VAN VROUW RIBES
Mijn vriendin Alie woont nogal ver weg en op één dag op en neer reizen naar mij toe vindt ze best bezwaarlijk. Maar overnachten... daar wilde ze nooit van weten. “Ik kom nu eenmaal van een dorp”, zegt ze, “en die stadsgeluiden daar bij jou, daar kan ik niet van slapen.”
Maar nu ze een dagje ouder wordt wilde de prinses op de erwt het toch wel proberen. 
Ze lag nog geen uur te bed of de problemen begonnen al: “Ik kan maar niet slapen van dat voortdurende geloei om de flat heen” riep ze, “wat een wind!” “Dat is geen wind”, zei ik, “dat zijn uilen.” Daarna hoorde ik haar niet meer. Sterker nog, ze sliep zelfs een gat in de morgen. “Toch goed geslapen”, vroeg ik, “zo hier in de stad?” 
“Schei uit, ik werd bij zonsopgang al gewekt door de herrie. Toen ik uit het raam keek zag ik een enorme troep ganzen voor de deur, die lawaaibeesten hebben wij niet. En nog geen half uur later kwam daar ook nog van twee kanten dat akelige geratel bij.” 
“Dat zijn ooievaars” zei ik, “in deze tijd van het jaar strijken die altijd een poosje in Schiebroek neer. Maar hoe kom je nu toch nog zo laat uit bed?” Mijn vriendin keek een beetje gegeneerd. 
“Ja”, zei ze, “dat is me wat dat ik net weer in slaap viel toen jij opstond. Maar zie je, dat geluid van die fluitketel hè, dat was ineens zó vertrouwd dat ik daar op ben weggegleden.”  
“Maar mens”, riep ik stomverbaasd, “ik heb een waterkoker. Je bent gewoon in slaap gevallen op het gefluit van de HSL!”

VROUW RIBES EN DE SCHOUW
Het dagelijks bestuur van onze deelgemeente wil niet alleen graag dat de burger participeert in het bestuur, ze willen ook zelf graag meedoen met ónze dingen. Om zo een beeld krijgen van wat wij nu precies doen. Op die manier zijn ze al meegereden met de Belbus, de plantsoenendienst en zelfs naar het schijnt met de ROTEB. Maar of ze dat nu altijd een goed beeld oplevert?

Van de week besloot ik de bladeren van de stoep te halen die daar wel 10 cm dik lagen. Dus zette ik de container naast me en deed een paar  hele grote plastic scheppen aan mijn handen. Scoops noemen ze die. Het ziet er niet uit natuurlijk, maar je kunt er heel goed de bladeren mee opscheppen. Daar was ik net mee begonnen toen opeens een grote bruine vogel omlaag kwam die op nog geen meter boven de grond langs me heen vloog.  
Een buizerd, dacht ik en bleef als aan de grond genageld staan kijken hoe hij omlaag dook, een muis tussen de bladeren uitviste en wegvloog. 

Precies op dat moment kwamen de mensen van de wijkschouw om de hoek met alweer een DB’er in het midden. Zij waren bezig met de bezichtiging van participerende burgers in het wild of zo. 
“Tjonge,” hoorde ik, “die duikerpop in de Kastanjesingel was al geweldig, maar dat beeld daar met die drakenklauwen, dat slaat werkelijk alles!! "“Grrrrr!!!”
VROUW RIBES EN DE SINT 
Rond deze tijd van het jaar ga ik me altijd weer een beetje kind voelen.  Het kriebelt in mijn buik als ik naar de schoorsteen kijk en soms hoor ik ineens iets op het dak. Ja, natuurlijk is dat de kat van de buren, dat weet ik ook wel. 
Maar de herinnering aan die ene avond is nog levendig en stoort zich niet aan tijd, laat staan aan het vergaan ervan. 
Mijn vader kon zich mateloos verkneukelen op het heerlijk avondje en haalde voor dit feest weleens de kinderen uit de straat binnen waar geen Sinterklaas gevierd werd. Ook nichtjes en neefjes schoven soms aan. Aan de grote ronde tafel met het door mijn moeder zelf geknoopte tafelkleed zaten op zo’n avond dan heel wat kindersnoetjes. Eerst speelden we een spelletje en tijdens het spelen voelde je de spanning stijgen; iedereen hield zijn adem in. 
Plotseling klonk er wat geruis bij de kolenkachel, alle ogen draaiden ernaartoe, maar er gebeurde niets. Hier en daar ontsnapte er een diepe zucht. We speelden verder, dachten even niet meer aan de Sint en zijn Pieten. 
En toen... toen klonk er opeens een enorme dreun, zo zwaar dat de ruiten trilden. Van schrik liet ik de kaarten vallen en vloog met bonkend hart onder de tafel. Nog een dreun en toen begreep ik het. Piet stond aan de deur. Ik probeerde overeind te komen, maar iemand greep me beet. Ik draaide me om en keek recht in het gezicht van mijn vader. Mijn vader die net zo geschrokken was als ik en ook onder de tafel gevlogen was! Samen krabbelden we overeind en hand in hand gingen we naar de gang, waar een grote zak vol cadeautjes stond. 
In deze dagen ben ik blij dat ik mij weer een beetje kind mag voelen. Vol verwachting kijk ik uit naar wat komen gaat. Maar alsjeblieft Sint Nicolaas, geen grote dreun, want mijn knieën zijn te stram om onder de tafel te vliegen...
 
 
 
 
 
 
 
Wonen en werken Verkeer en vervoer Schoon, heel en veilig Belangenbehartiging Welzijn Zorg contact actief Schiebroek over Leven in Schiebroek LiS-magazine tuinstad Schiebroek Leven in Schiebroek Samenwerkende Bewonersorganisaties Schiebroek VROUW RIBES EN HET NIEUWE JAAR 
Mijn vriendin Baukje kwam helemaal opgewonden bij me binnenvallen. “Heb je het gelezen?” vroeg ze. “De nieuwjaarsvoornemens van het deelgemeentebestuur? Ze willen burgernabij zijn, aanraakbaar zijn voor de burger! Adriana, jij hebt toch een politieke knipselmap? Laat eens zien of het de moeite waard is.” Giechelend opende ze de map. “Hmmm, deze heeft wel leuke pretoogjes maar verder ... Ik zie ze liever wat donkerder”, verklaarde ze, “zo met van dat  golvende haar. Ha, kijk hier…!”
“ Baukje!”, zeg ik geschokt, “we zijn dan wel niet jong meer, maar toch nog niet zo oud, dat we op zo jong vallen!” 
“Je hebt gelijk”, zucht ze, “ik heb ze ook liever wat rijper en exotischer, met een  mysterieuze oosterse blik of zo, weet je wel.”
“Bedoel je zoiets?”, vraag ik bij de volgende foto. “Nee, nee, die blik heeft te weinig mysterie, die begrijp je zo wel”, pareert ze onmiddellijk.

Op dat moment rolt er een losse foto uit de map. 
“Ja”, juicht Baukje, “dat is hem!” Ik ben het helemaal met haar eens: golvend haar, exotisch uiterlijk, mysterieuze donkere ogen…
We zuchten samen. “Helaas”, zeg ik en wijs op het onderschrift.
“Verkeerde bestuurder, deze is niet van de deelgemeente.” 
Maar Baukje geeft het niet op. “Kom, pak je spullen”, roept ze, “dan gaan we naar de nieuwjaarsreceptie op het stadhuis. Hij” – ze wijst op de foto – “zal toch ook wel nieuwjaarsvoornemens hebben? Kom mee, dan gaan we zien of ze op de Coolsingel ook aanraakbaar zijn!”
welkom